Aussieworld

Just another WordPress.com site

Vriendschap van een hond

Vriendschap van een hond

De vriendschap van een hond
Is vriendschap voor het leven
Voor een ander niet te zien
Hoeveel een hond kan geven
Want ben je eens verdrietig
Dan kijkt hij je aan
Alsof hij zeggen wil
Ik zal altijd naast je staan
En als je dan weer vrolijk bnet
Dan slaat hij met zijn staart
En blaft alsof hij zeggen wil
Dat hebben we weer geklaard
Zo’n vriendschap is een wonder
Een wonder om te beleven
Zo’n vriendschap kan geen mens
Geen mens kan zoiets geven
 
Gevonden op Hondengedichten

25 juli 2008 Geplaatst door | Gedichten | Geef een reactie

The Aussie heart

The Aussie heart

There’s no such thing as the perfect dog
People will say to you
And when it comes to Aussies –
Boy, is that ever true!

Some are too big and some too small,
Some hardly have any hair at all
Some are too bold and some are too shy
Some have a short tail or a big round eye.

Crooked legs and splayed out toes
Prick ears and hound ears and odd coloured nose
The perfect Aussie just can’t be made
But here’s one thing that’s really great!

To be perfect in their owners eyes Aussies only need one part
And every Aussie I ever met, had that loving Aussie heart!!

Gevonden bij Delphine

29 juni 2008 Geplaatst door | Gedichten | Geef een reactie

Beschrijving van Laverton Yndjarra

 

Djarra is een lieve meid die iedereen weet te verleiden en om te kopen. Ze kan heel veel gevoel uiten door middel van haar ogen en is een heel sociale en vrolijke hond. Hier en daar is er echter toch een hond die ze om de een of andere reden niet kan uitstaan. Ze is lief tegen kinderen, maar is veel te onstuimig, en als ze te snel rondhuppelen durft ze wel eens naar de voetjes te lopen zodat ze struikelen  Ze is erg aanhankelijk, maar is te koppig om dat rechtstreeks te laten merken. Ook is ze erg jaloers en wil ze er altijd bij zijn en het gevoel krijgen er bij te horen.

Wat het werken betreft is ze van het type "Overtuig me en ik zal zien of ik het doe." Ik noem haar vaak het bulldozerke. Wil ze iets, dan gooit ze heel haar gewicht en charmes in de strijd, wil ze iets niet, dan is ze onomkoopbaar. Tenzij misschien met eten.. Ze is heel erg intelligent en heeft altijd gemakkelijk nieuwe dingen geleerd, míts voldoende overtuiging. Toch kook ik wanneer er gezegd wordt dat een aussie makkelijk op te leren is. Dikke zever! Het is zeker niet gemakkelijk geweest. Ze zetten je voor schut bij jan en alleman. Wanneer ik bvb mijn stem eens verhefte omdat ze niet ging zitten als ik dat vroeg, dan keek ze enorm zielig, als een afgeslagen hond, naar de instructeur die mij dan onder mijn voeten gaf omdat ik veel te streng was met zo’n gevoelige hond  En dit had ze maar één keer nodig hoor! Ze kan zo oplossingen bedenken om te krijgen wat ze wil. Jaja, het is zeker een doorzettertje met een harde kop. Maar dat trucje van haar heeft niet te lang stand gehouden. Altijd was het zoeken geblazen naar hoe we haar slimmer af konden zijn.. Een slimme hond, leuk, een te slimme hond, vermoeiend..

Daarmee dat het ook vaak botst tussen ons. Ze is de ideale huis-, tuin- en sofa hond, maar voor gehoorzaamheid kan ik er niets mee aanvangen. Niet dat ze slecht werkt, integendeel. Ze haalde zeker mooie cijfers en we hebben ook 96/100 gespeeld, maar toch. Het klikt niet. Nee. Er zit te weinig actie in, te weinig variatie ook waarschijnlijk, en ze houdt niet van "moeten" en "perfectie". En bij de gehoorzaamheid streef je uiteindelijk wel naar het feit dat het allemaal zo perfect mogelijk moet zijn.. Dat maakt gehoorzaamheid trainen met haar erg vermoeiend en slopend voor me.

Wat de agility betreft is het helemaal anders. Daar bloeit ze volledig open. Hoe ze springt, dat maakt niet uit, als ze er maar over geraakt. En die vrijheid weet ze zeker te appreciëren. Ze is nooit een bommetje geweest op het terrein, maar is ook alles behalve traag! Het verschil tussen links en rechts was ook snel aangeleerd en de overgang naar 2de graad verliep vlot.

Ze is eigenlijk een hele lieve schat, en een wreed dapper hondje. Alleen kan ze soms wel doordrammen, wat ze dan ook weer erg vermoeiend en druk kan maken. Al bij al blijft ze een lieverdje, en hoe cliché ze ook getekend is van kleur, ik vind haar prachtig!

Door haar enorm sterke karakter en haar grote dosis zelfvertrouwen was het niet altijd gemakkelijk om tot haar door te dringen, maar, ik heb wel heel veel van haar geleerd wat de opvoeding van honden betreft. Fouten die ik maakte werden nooit afgestraft, wat me de mogelijkheid gaf van steeds nieuwe dingen uit te proberen en uit te zoeken. Je kan haar een zee van rechten toekennen, en toch zal ze die niet misbruiken. En dat is wat me uiteindelijk zo verliefd op haar maakt. Het feit dat ze zo mooi is, en het feit dat ze, als het puntje bij paaltje komt, een door en door goed karakter heeft. 

Ook was ze in de twee ergste jaren van mijn ziekte een enorm grote steun voor me. Ze was steeds mijn vriendinnetje die er altijd voor me was. ‘s Nachts als ik nog maar eens de slaap niet kon vatten, overdag als ik niet uit de zetel geraakte.. Nooit heeft ze één keer aan me getwijfeld, nooit heeft ze een oordeel geveld of een verklaring gevraagd. Iets wat niemand trouwens kon gedurende anderhalf jaar..
Eerst was ze er in de onrustige periode in het middelbaar, in mijn puberteit, en daarna als ik ziek was. Ze heeft me zoveel geleerd, zo veel gegeven, en is eigenlijk mijn eerste grote (dieren)liefde. Hopelijk mag ik ze nog lang bij me hebben..

 

Volgend stukje komt uit een tekst die ik op 1 december 2005 geschreven heb:

Aycha komt tegen mijn arm stoten, Djarra legt haar hoofdje op mijn dij. Ik laat nog net mijn hand zakken, maar tot echt strelen komt het niet door de complete uitputting. En dan. Dan word ik kwaad. Dan gaat het binnen in me weer koken. Omdat ik weet hoeveel mijn honden voor me betekenen. Omdat ik weet wat ze waard zijn. Omdat ik weet wat we samen al hebben meegemaakt. Omdat ik weet hoeveel liefde ze me geven. Omdat ik weet. Omdat ik weet dat ze veel meer verdienen.. Omdat ik weet dat ik hen dat al een jaar de ene keer wel, en de andere keer weer niet kan geven.. Het doet pijn. Pijn. Pijn omdat ze me evenveel blijven geven, of neen, zelfs meer. Nooit bekijken ze me raar dat ik me nu weer slecht voel. Nooit verwijten ze me dat ik niet met hen ga wandelen. En als ik een dag later weer beter ben, en hen in een zotte bui uitdaag tot een spel, dan spelen ze gewoon met me mee. Hun aanpassingsvermogen.. Echt. Ze zijn gewoon fantastisch! En dat. Juist dat. Dat doet me nog het meeste verdriet. Ze geven me zoveel liefde, en wat geef ik? Ik geef hen een onstabiel leven, waarin ze nooit weten wat het morgen zal zijn, en waar hun werkcapaciteiten niet volledig tot uiting komen..
 
Aycha gaat weer op haar plaatsje liggen en ploft met een diepe zucht neer. Djarra kijkt me eens heel diep aan. Ik vraag me af wat ze denkt als ze me ziet wenen. Ze gaat aan mijn voeten liggen, en ik probeer mezelf tot de orde te roepen en verder te werken. Mijn blik glijdt nog eenmaal over Djarra, en doorheen mijn tranen zie ik de zachtheid die in haar ogen ligt..
 
Babs
 

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape

10 juni 2006 Geplaatst door | Honden | 9 reacties

Geleidehonden

 
Dankzij de hulp van een geleidehond kunnen blinde en slechtziende mensen zich veiliger verplaatsen. Het Belgisch Centrum voor Geleidehonden vzw wil hen helpen.
 

Onze belangrijkste doelstellingen zijn:

  • Het kweken en opleiden van honden tot blindengeleidehonden.
  • Visueel gehandicapte personen leren omgaan met hun geleidehond.
  • Blijvende nazorg verlenen aan de hond en de geleidehondgebruiker.

Het Belgisch Centrum voor Geleidehonden werd opgericht vanuit een reële behoefte bij blinde en ernstig slechtziende personen aan professioneel opgeleide honden. Onze geleidehonden zijn actief over heel België: Brugge, Gent, Brussel, Luik, Mechelen, Hasselt, Opglabbeek enz… BCG gebruikt Labradors, Golden Retrievers of kruisingen van deze beide rassen.

Een geleidehond die werkt, draagt een harnas met een beugel. Via deze beugel voelt de baas wat de hond doet.

  • Een geleidehond vermijdt obstakels: vuilniszakken, fietsen, palen, verkeerd geparkeerde auto’s, onverwachte werken enz…
  • Een geleidehond zoekt op commando: het zebrapad, een deur, een trap, een brievenbus, enz…
  • De hond is de navigator, zijn baas is de piloot.
  • Een piloot met een letterlijk ‘blind’ vertrouwen in zijn navigator.

Dankzij de hulp van een geleidehond kunnen blinde mensen zich zelfstandiger, sneller, meer ontspannen, maar vooral veiliger verplaatsen. Een zelfstandige en veilige mobiliteit is het recht van elke burger in onze maatschappij.

Blindengeleidehonden opleiden vraagt een bijzondere aanpak en aandacht. Onze toekomstige geleidehonden worden zorgvuldig gekweekt en uitgekozen uit speciaal voor dit doel geselecteerde bloedlijnen.

Als een pup zes weken oud is, wordt hij in een pleeggezin geplaatst. Het pleeggezin neemt de hond overal mee naar toe, laat de hond met alles kennis maken: bus, trein, winkels, verkeer, markten, theater, vergaderingen, sport, enz… De pleeggezinnen worden begeleid vanuit ons opleidingscentrum. Als de hond ongeveer een jaar oud is, begint de eigenlijke opleiding in het centrum. Dit gebeurt door professionele instructeurs.

Er volgt dan nog een opleiding van vier à vijf weken samen met de geleidehondgebruiker. Daarna zorgt BCG voor de nodige opvolging van de geleidehond en zijn nieuwe baas.

De professionele opleiding van blindengeleidehonden kost uiteraard geld. De vraag van kandidaat geleidehondgebruikers is zeer groot. In sommige gevallen kan een visueel gehandicapte persoon beroep doen op een overheidstoelage om zijn hond te betalen. Deze toelage is echter verre van toereikend.

Wij zullen, ondanks de beperkte middelen, blijven ijveren voor een professionele aanpak van de opleiding van blindengeleidehonden. Wij zijn ervan overtuigd dat de integratie van blinde personen een heel stuk gemakkelijker wordt dankzij de hulp van een professioneel getrainde geleidehond.

 

Bron: Belgisch Centrum voor Geleidehonden
Kijk ook eens op Kim Bols

29 april 2006 Geplaatst door | Honden | 1 reactie

Broodfok

 

Geboren worden om geld te verdienen voor een ander
Opgesloten en geïsoleerd van de wereld
In een koude, kille en liefdeloze omgeving
Kleintjes op een wereld zetten die je zelf nooit te zien krijgt
Totdat je lichaam helemaal uitgeteerd is
Daarna de schedel ingeslagen worden
Of – als je geluk hebt – een verlossend spuitje krijgen.

Het is geen leven..
Het is de realiteit van de broodfok.
 

 

De Dikke Van Dale kent het woord ‘broodfok’ niet. Daarom willen we u graag uitleggen wat het betekent. Een klassieke definitie bestaat er niet, maar er zijn wel een paar duidelijke kenmerken waaraan je een broodfokker kunt herkennen.

Een broodfokker fokt honden met maar één doel voor ogen: zoveel mogelijk geld verdienen in een zo kort mogelijke tijd. Dit gaat vaak ten koste van de fysieke en mentale gezondheid van de pups die hij verkoopt. Hoe hij dat geld verdient, is dus minder belangrijk.. het maakt hem niet uit hoeveel nesten een teef krijgt, of de pups gezond zijn, of de pups een goede socialisatie krijgen en bij wie de pups terechtkomen – niet iedereen heeft het goed voor met een hond.

Als je bij een broodfokker een pup gaat kopen, zal hij je overdonderen met mooie praatjes die meestal geloofwaardig zijn. Op alle vragen heeft hij snel een antwoord. Mensen die dus een eerste eigen hond en er weinig vanaf weten, zullen dus snel in de val lopen.
Volgens broodfokkers zijn de goede, professionele fokkers mensen die teveel geld vragen voor een pup, terwijl je bij hem voor de helft van de prijs een pup kan kopen. Hoe het komt dat degelijke fokkers veel geld vragen voor een pup, dat vraagt hij zich echter niet af. Bij een goeie fokker wordt er meer gevraagd voor een pup omdat er veel medische onderzoeken zijn voorafgegaan aan de geboorte van de pups. De vader- en moederhond worden getest op erfelijke afwijkingen, zodat enkel met fysiek en mentaal gezonde honden gefokt wordt. Fokken dient met de nodige kennis van hondengedrag, genetica en raseigenschappen te gebeuren. Fokken is niet gelijk aan zomaar twee honden van hetzelfde ras samenbrengen.
Bij een degelijke fokker heb je dus meer kans dat je een gezonde hond in huis haalt, terwijl een hond van bij een broodfokker vaak ernstige erfelijke aandoeningen met zich meedraagt, door het gebrek aan onderzoeken voor het fokken.

Bovendien zal een broodfokker zijn pups ook niet opvoeden in een huiselijke omgeving. Vaak zitten de honden achteraan in een donkere schuur of in de winkel in een glazen hokje.
Honden zijn sociale wezens die nood hebben aan voldoende sociaal contact. Als pups niet voldoende gesocialiseerd worden gedurende de eerste levensweken is de kant groot dat ze uitgroeien tot mentaal gestoorde honden, die overal schrik van hebben en zelfs agressief kunnen reageren als ze ergens van schrikken. Denk maar aan de lieve labrador die plots omslaat in een gestoorde hond die het kindje van de buren aanvalt.
B
ij goede fokkers is de socialisatie wel belangrijk, ze zorgen ervoor dat de pups in contact komen met allerlei geluiden; bv.: stofzuiger, auto, radio, enz.. Doordat de pups die geluiden van klein af aan gewoon zijn, zullen ze later minder geneigd zijn om er bang op te reageren.
Broodfokkers hebben geen tijd om die pups te socialiseren want ze hebben er veel teveel tegelijk.

Een broodfokker is ook niet kritisch naar puppykopers. Waar de honden terechtkomen is voor hen niet van belang, als ze maar verkocht raken. Iemand die bij hem een hond koopt om er achteraf een agressieve moordmachine van te maken is voor hem geen probleem; of beter.. het interesseert hen niet. Helaas leidt het wel tot krantenkoppen als: ‘Agressieve hond bijt kind dood’. Hier is een broodfokker dus mede voor verantwoordelijk.

Daarom willen wij een grootse actie opzetten tégen de broodfok. Deze praktijken hebben ernstige gevolgen voor de honden, voor hun baasjes én voor de maatschappij. Dit kan niet!

 

Bron: Anti Broodfok Actiecomité
Voor meer info over broodfok en broodfokverhalen: ABA

 

28 april 2006 Geplaatst door | Honden | Geef een reactie

Benchtraining

 Benchtraining

. Voordelen van een bench: uiteraard bij een goede aanleer.
. Makkelijker met het zindelijk maken.
. Voorkomen van het stukbijten van de spullen.
. Makkelijker met het leren alleen te zijn.
. Een bench is altijd consequent…
. Voorkomen van probleemgedrag.
. .Vertrouwde plek voor de hond.
. Makkelijk en vertrouwd met uit logeren of op vakantie.

Belangrijk is dat een bench altijd positief wordt aangeleerd, zoals ook alle andere oefeningen. De bench kan prima in de huiskamer, zet deze op een rustige plek. Geef om te beginnen bijv. het eten in de bench, of lekkere hapjes, speeltje enz. Ga zelf eens op de grond zitten bij de bench, met het deurtje open, leg in de bench een lekker kleedje, nog liever iets met een bekend geurtje bijv. uit het nest. Als de pup ergens gaat liggen slapen kun je hem/haar natuurlijk ook optillen en in de bench leggen. In het begin is het voor een pup prettig en vertrouwt als je in de buurt bent, aangezien een hond een roedeldier is, is het natuurlijk gedrag om bij elkaar te zijn. Wanneer hij/zij wat bekend met de bench begint te worden, gaat u geleidelijk de afstand tussen u en de pup wat vergroten, ga wat verder bij de bench vandaan bijvoorbeeld televisie zitten kijken. De pup moet u in het begin wel kunnen zien.

De eerste nachten zijn het makkelijkste door te komen door de bench mee te nemen naar de slaapkamer. Zo leert hij/zij toch dat de bench zijn/haar slaapplaats is en op deze manier is de overgang vanuit het nest minder groot dan wanneer de pup nu alleen gelaten wordt. Meestal merk je dat de bench al na een paar dagen gewoon beneden kan blijven zonder dat het problemen geeft, zorg dat de pup al een kwartiertje in de bench is voordat u naar bed gaat.

Wanneer het deurtje de eerste keer dicht gaat, doe dit niet te lang, en zorg natuurlijk dat hij of zij al geplast heeft, misschien lekker moe is van een spelletje of een klein wandelingetje. Een heel belangrijk moment is wanneer u het deurtje opent, doet u dit terwijl de pup zit te piepen, dan zal deze al snel leren wat hij moet doen om eruit te willen. Dit kunt u vergelijken met een baby, waar bij op ieder huiltje gereageerd wordt. Natuurlijk weet de moeder het best hoe en wat, maar wat we even duidelijk moeten stellen, is dat wij graag onze hondjes iets aan willen leren. Maar helaas zijn er, schat ik, evenzoveel honden die er net zo goed in geslaagd zijn om hun eigenaren iets te leren….Het komt er dus op neer dat het deurtje geopend dient te worden wanneer de pup voor u acceptabel gedrag vertoont.

Het is bij alles wat u de pup wilt leren verstandig om dit stapsgewijs te doen. Zie het einddoel als een examen, hier moet natuurlijk les voor les naar toe gewerkt worden. Wij gaan ook niet meteen een examen maken, daar zit ook een leerproces aan vooraf. Het voordeel is dat je een hond op deze stapsgewijze manier heel makkelijk van alles kunt leren. Wanneer het even niet wil vlotten, ga je natuurlijk niet het niveau verhogen maar blijf je even bij deze "les"hangen of misschien zelfs even een stapje terug. Dit om weer even duidelijkheid te geven, wat u dan weer kunt belonen, zodat de hond dit als prettig ervaart.

Leer eventuele kinderen in het gezin dat als de hond in de bench ligt, deze dan met rust gelaten dient te worden. Het is voor iedere hond van belang om een rustige plek tot zijn/haar beschikking te hebben waar deze niet gestoord wordt.

De stapjes van aanleren…
De kennismaking met de bench op een positieve manier.
Lekker erbij gaan zitten, daarna het deurtje eens dicht.
Door het gaas heen kriebelen, voertje geven enz.
De afstand wat vergroten wanneer u in het zicht bent, bijv. bij de t.v.
Dan met wat heen en weer lopen, koffie zetten, naar de wc, strijken enz, dus korte momenten in en uit zicht, maar wel hoorbaar.
Dan wat meer uit zicht, met geluid, bijv. tijdens het koken
.

Voordat u daadwerkelijk de deur uit gaat is het aan te raden om ook het hele ritueel een aantal keren uit te voeren, jas aan en sleutels pakken. Honden leren heel snel wat dat betekent, zorg ervoor dat u de hond steeds blijft verrassen, dit om zo probleemgedrag zoveel mogelijk te voorkomen.
Dan bijv. de deur open en weer dicht terwijl u gewoon binnen blijft.
Daarna gaat u eens de voordeur uit en de achterdeur weer in, even in de tuin wat rommelen, een brief posten, klein boodschapje enz.
Maar niet alleen de tijdsduur verlengen. Dat leert de hond ook snel, wissel het af, dus ook weer voor even, en zo langzaam aan naar het einddoel.

Het is een hond wel aan te leren alleen te blijven maar realiseer u dat dit geen natuurlijk gedrag is. Zoals helaas nog steeds veel mensen doen, laten deze de hond ineens alleen achter, in de hoop dat het janken vanzelf wel ophoud. Hiervan zijn echter al vele mensen van een koude kermis thuis gekomen. Los daarvan is het zeker niet eerlijk voor de hond. Problemen die hierdoor kunnen ontstaan zijn: onzindelijkheid bij alleen zijn, janken, vernielen, enorme stress, niet eten, een hond is hier ook echt ziek van. En aanleren is makkelijk, maar afleren is heel veel moeilijker, als het al lukt.

Zorg er voor dat de hond goed is uitgelaten en dat hij lichamelijk en geestelijk moe is. Doe hem in de bench en geef hem iets lekkers waar hij lang plezier van heeft. Ga weg, met een korte "vrouwtje komt zo terug".Ga, als de hond stil is, na een paar minuten terug. Begroet de hond op een rustige manier. Hoe opgewondener de baas, hoe opgewondener de hond. Pak het lekkers weg en doe weer normaal.

De tijdsduur uitbreiden met minuten. Als de hond telkens wat krijgt als de baas weggaat, is dat alleen maar goed nieuws voor de hond. Bij terugkomst kunt u dit lekkers weer wegnemen wanneer de hond met iets anders bezig is. Zo blijft het een prettige associatie wanneer de baas er niet is. Het lekkers komt alleen tevoorschijn als de baas weggaat. Bij terugkomst is het van belang om de hond niet te uitbundig te begroeten. Als je jezelf uitslooft, zal de hond dat ook gaan doen en steeds wilder en hoger gaan springen. Je kan de hond ook rustig begroeten.

Sommige mensen vinden een bench zielig, dat kan. Maar is het ook zielig voor een kind als deze in een box zit?? Dit is ieder zijn keus, twijfelt u, vraag het aan mensen die hier ervaring mee hebben. Een hond die het gebruik van een bench op de juiste manier aangeleerd krijgt, voelt zich daar echt prettig bij…

 

Bron: Benchtraining

3 februari 2006 Geplaatst door | Honden | 1 reactie

IQ test voor uw hond

Aan de hand van volgende zes eenvoudige proeven kan je testen of je huisdier een genie of een nitwit is. Deze IQ-test voor honden werd ontwikkeld aan de universiteit van Brits

Colombia.

 

*Lijkt me wel eerder een test om te zien hoeveel je hond doet voor een snoepje, maar het is wel leuk om doen!*
Djarra scoorde 27punten, en Aycha 22.

 

Test 1

Nodig:

Lege kom, hondensnoepje, chronometer

Opdracht:

1. Laat uw hond zitten

2. Toon jou hond het snoepje

3. Trek zijn volle aandacht en leg het snoepje zo’n twee meter van hem op de grond.

Plaats de kom over het snoepje

4. Start de chronometer en stimuleer de hond om het snoepje te pakken

Score:

Is jou hond geniaal, dan gooit hij de kom binnen de vijf seconden om. Dit levert hem 5 punten

op; 5 tot 15 seconden: 4 punten; 15 tot 30 seconden 3 punten; 30 tot 60 seconden: 2 punten;

meer dan 60 seconden 1 punt.

Test 2

Nodig:

Grote badhanddoek, chronometer

Opdracht:

1. Laat jou hond aan de handdoek snuffelen

2. Gooi de handdoek met een snel gebaar over de kop van jou hond, zodat zijn schouders

compleet bedekt zijn

Score:

 

Is jou hond geniaal, dan heeft hij zich bevrijd binnen de 5 seconden, goed voor 5 punten;

5 tot 15 seconden: 4 punten; 15 tot 30 seconden 3 punten; 30 tot 60 seconden: 2 punten; meer

dan 60 seconden 1 punt.

Test 3

Nodig:

Een stralende glimlach

Opdracht:

1. De hond moet rustig maar alert op zijn achterste zitten

2. Staar intens in zijn ogen en glimlach dan 3 seconden heel vriendelijk

Score:

Vijf punten voor de slimmerik die dadelijk kwispelstaartend naar u toekomt. Is jou hond

minder snel van begrip, dan komt hij stilletjes in uw richting zonder wiebelende staart: 4

punten. blijft jou hond gewoon zitten, dan krijgt hij slechts 3 punten. Loopt jou hond weg, dan

krijgt hij 2 punten

Test 4

Nodig:

Handdoek, snoepje, chronometer

Opdracht:

1. Leg het snoepje op de grond zo’n twee meter voor de neus van de hond. Bedek het

snoepje met de handdoek

2. Moedig de hond aan om het snoepje te pakken

Score:

Is jou hond geniaal, dan heeft hij het snoepje gevonden binnen de 15 seconden, goed voor 5

punten; 15 tot 30 seconden: 4 punten; 30 tot 60 seconden 3 punten; Als jou hond moeite doet

maar het opgeeft, dan levert dat 2 punten op. Als hij helemaal niets doet: 1 punt.

Test 5

Nodig:

Laag tafeltje, hondensnoepje, chronometer

Opdracht:

1. Steek het snoepje onder het tafeltje, ver genoeg zodat jou hond er niet met zijn mond

bij kan, maar wel dicht genoeg zodat hij het met zijn poten kan graaien.

2. Start de chronometer en moedig hem aan

Score:

Is jou hond geniaal, dan gebruikt hij zijn poten om het snoepje te pakken en heeft hij het beet

binnen de 60 seconden, 5 punten. Als jou hond zijn poten gebruikt binnen de 1 tot 3 minuten

4 punten Gebruikt jou hond alleen zijn snoet: 3 punten; Als jou hond poten noch snoet

gebruikt maar wél snuffelt: 2 punten op. De hond die geen enkel initiatief onderneemt: 1

troostpunt

Test 6

Opdracht:

1. Jou hond moet rustig neerzitten op zo een twee meter afstand van u

2. Op de intonatie waarop je normaal zijn naam roept, roept je nu “diepvries”

Score:

Als jou hond reageert en naar je toe komt: 3 punten. Reageert jou hond niet roep dan

“ijskast!” met dezelfde intonatie. komt hij nu wel: 2punten. Jou hond reageert nog niet? Nu

roep je zijn échte naam. Hij komt direct: 5 punten. Jou hond reageert nog altijd niet? Dan roep

je een tweede keer zijn naam. Komt hij nu wél naar u toe : 4 punten. Jou hond komt niet: 1

punt.

Totaalscore

+25 punten: jou hond is GENIAAL

15-25 punten: jou hond is slim, maar zal niet naar de universiteit gaan

5-15 punten: uw hond is jammer genoeg geen Einstein, maar ongetwijfeld een schat!

 

 Bron: IQ test voor uw hond

3 februari 2006 Geplaatst door | Honden | 5 reacties

Gedrag aanleren

De manier waarop je gedrag aanleert speelt wel een rol.

 

Deel I

 

Een zit is een zit is een zit. Als je een aangeleerd gedrag hebt afgewerkt kan men niet zien of het uiteindelijke gedrag gemodelleerd, uitgelokt of gevangen is. Zolang het aanleren geen angst, pijn of negatieve stress inhoud is de methode van aanleren van geen belang. Of toch?

Methodes om gedrag aan te leren zijn heel verschillend, geen enkele is goed of fout voor elke trainer, elke hond of elke situatie. In deze driedelige serie onderzoeken we de meest gebruikelijke hondvriendelijke methodes voor het aanleren van gedrag: sociale vaardigheden, modelleren, lokken, targetten, vangen en vormen (shapen). In deel I hebben we het over de gevolgen van een specifieke methodekeuze en vergelijken de pro’s en contra’s ervan. In deel II en III gaan we dieper in op elke methode en kijken naar enkele praktische toepassingen.

 

Oplossen van een legpuzzel.

 

Als je een klein kind wil leren hoe het een legpuzzel maakt, hoe zou je dat doen? Zou je de hand van het kind nemen en het alzo gidsen naar elk stukje en de positie waar het moet liggen? Zo zou de puzzel snel kunnen afgeraken, maar zou het kind hiermee geholpen zijn om een volgende puzzel alleen op te lossen? Of zou je het verbaal gidsen bij de oplossing ervan? Ook nu zal de puzzel opgelost raken. Het zou zelfs kunnen dat het kind de vaardigheden kan herhalen en weldra dezelfde puzzel alleen kan oplossen. Het zou zelfs enkele vaardigheden kunnen leren om het te helpen bij het oplossen van een volgende puzzel.

Maar wat als het doel is om het kind te leren om eender welke puzzel te maken en niet alleen deze ene. In plaats van het kind fysiek en verbaal te helpen kun je het haar ook alleen laten oplossen, belonen van de juiste keuzes en helpen met het uitwerken van een goede strategie zoals “Rechte kanten horen aan de buitenzijdes”. Het zal waarschijnlijk langer duren om de eerste puzzel op te lossen, maar door de vaardigheden te leren die ze nodig heeft om ook andere puzzels op te lossen zal het oplossen ervan uiteindelijk versnellen.

 

Denk na over je doel

 

Trainen van je hond is vergelijkbaar met een kind leren puzzelen. De methode die je kiest heeft meer invloed dan het gedrag op zich. Het heeft invloed op de denkwijze van je hond, hem leren hoe hij moet leren, hoe hij problemen moet benaderen in de toekomst.

Als je een methode kiest, beschouw niet alleen het nu te leren gedrag maar ook het algemene trainingsdoel. Is je hond een gezelschapsdier dat enkel een handvol gedragingen moet leren om een rustige betrouwbare metgezel te zijn. Of is je hond een competitiehond die uiteindelijk een groot repertoire aan gedragingen zal kennen, voor zichzelf moet kunnen denken in een werksituatie en voordeel heeft bij probleemoplossende vaardigheden?

Sommige mensen willen een denkende hond, anderen heel beslist niet. Geen van beide in goed of fout, enkel gewenst of niet gewenst voor de taak die je van je hond wenst. Voordat je een trainingsmethode kiest stel jezelf de volgende vragen:

Hoeveel verschillende gedragingen zal mijn hond moeten leren? Hoe meer gedragingen je wilt aanleren hoe belangrijker het is concepten te gebruiken die voor een veelvoud van gedragingen geschikt zijn.

Hoe snel moeten de gedragingen aangeleerd worden? Sommige methodes werken sneller voor beginnelingen dan andere, maar deze methodes neigen naar een blijvend, zelfde resultaat. Andere methodes starten traag maar versnellen het leren gaandeweg, zijn uiteindelijk sneller dan de in het begin snellere methodes, doordat de trainer en de hond meer ervaren worden.

Hoe precies zijn de gedragingen? Sommige methodes zijn meer geschikt voor minder precies gedrag, andere zijn dan weer heel geschikt voor zeer precieze gedragingen.

Hoe handig en ervaren is de trainer? De ene methode is geschikter voor beginnelingen, voor andere moet je een meer ervaren en vaardiger trainer zijn.

Hoe zeer is de trainer geïnteresseerd in trainen. Niet elke hondenliefhebber wil een hondentrainer zijn. Voor sommige werkwijzen moet je de nodige kennis en vaardigheden opdoen.

Hoe ervaren is de hond in de verschillende methodes? Hoe meer ervaring een hond heeft in een bepaalde methode, hoe sneller hij gedrag zal aanleren met deze, gekende, methode.

Zal de hond voor zichzelf moeten leren denken of zal hij eerder moeten gevolg geven aan gekende en geoefende commando’s. Sommige methodes leren een hond om te wachten op instructies. Andere verlangen van de hond om zelf een oplossing te bedenken. Deze gewoontes nemen ze ook mee in hun gewone leven.

 

Overweeg je opties

 

Eens je je antwoorden hebt, vergelijk ze met de mogelijke werkwijzen. Allen hebben voor- en nadelen, er zijn geen magische pillen die perfect zijn voor elke hond en elke trainer. De zes meest voorkomende technieken voor het verkrijgen van gedrag worden hieronder beschreven.

Instinct, aanstekelijk gedrag, nabootsing, sociale vaardigheden. Ongeacht subtiele verschillen zijn deze allemaal natuurlijke gedragingen, “niet” getraind of geleerd gedrag. Met deze methode maak je gebruik van de instincten van de hond om gedrag te verkrijgen. Vb. Sommige honden zullen van nature een andere hond volgen, je kunt zo’n hond koppelen aan een andere hond die perfect niet aangelijnd terugkomt op commando en alzo de eerste hond de gewoonte aanleren om hetzelfde te doen.

Pro’s: Deze natuurlijke leermethode is zeer geschikt voor het verstandelijke vermogen van een hond. Het is een goede keuze om eenvoudig gedrag aan te leren binnen een groep honden.
Contra’s: Alhoewel er ontelbare anekdotes circuleren van honden die niet alleen natuurlijk gedrag maar ook aangeleerd gedrag zo zouden overgenomen hebben is dit niet erg aannemelijk. Uiteindelijk komt het hier op neer: als het werkt, prima. Maar reken er niet al te zeer op dat dit ook zo zal zijn.

Modelleren. Modelleren is het fysiek geleiden, met andere woorden een hond forceren om een bepaald gedrag te doen. Omhoog trekken van de lijn en gelijktijdig zijn achterste naar de grond duwen om een hond te modelleren naar een zit. Modelleren houdt ook in, het gebruik van fysieke ondersteuning. Zoals het volgen langs een muur om het schuin volgen te voorkomen of een klevertje op de neus van de hond om hem te leren om met een poot over zijn neus te wrijven.

Pro’s : Modelleren is gemakkelijk te begrijpen voor mensen, en zodoende heel gemakkelijk voor beginnelingen. Het werkt snel, is een goede manier voor veel gedragingen.
Contra’s: Alhoewel deze methode goed werkt voor veel gedragingen is modelleren een beperking voor trainers die precies of geavanceerd gedrag wensen en het vraagt een groot aandeel van de trainer in de opbouw, een aandeel dat later uiteraard nog dient weggewerkt te worden. Het aandeel in denkwerk van de hond is zeer beperkt – zijn lichaam wordt in de vorm van het gewenste gedrag geplaatst.

Lokken. Lokken is een ‘zonder-handen’ methode om een hond naar een gedrag toe te geleiden. Het lokmiddel is meestal voedsel maar kan ook een target-stick of iets anders zijn dat de hond volgt. Een veel gebruikte methode om de ‘zit’ te lokken is een snoepje voor de neus van de hond houden en vervolgens het snoepje omhoog en naar achter verplaatsen. Wanneer de hond het snoepje met zijn kop volgt zal doorgaans zijn zitvlak naar de grond toe zakken. De hond zit.

Pro’s: Lokken gaat snel, is veelzijdig en makkelijk toe te passen door beginnelingen.
Contra’s:
Het lokken dient in een vroeg stadium weggewerkt te worden anders wordt het al snel een deel van het gedrag, het lokken wegtrainen is dan weer iets moeilijker voor beginnende trainers. Lokken, net als modelleren, vraagt weinig inzet van de hond. Je vertelt je hond alles wat hij moet doen, deze hulp wordt algauw een gewoonte voor zowel geleider als hond.

Targetting. De basis van targetting is een gedrag waarbij de hond leert een specifiek oppervlak met één bepaald deel van zijn lichaam aan te raken. In de praktijk biedt targetting een grote waaier aan mogelijke toepassingen. Targets kunnen gebruikt worden om een hond te positioneren, om zijn lichaamshouding te manipuleren, hem naar een andere plaats te verplaatsen. Door een combinatie van deze mogelijkheden kan zeer complex en uitgebreid gedrag aangeleerd worden.

Pro’s: De basis van targetting is heel simpel, makkelijk aan te leren gedrag dat eenvoudig gegeneraliseerd kan worden naar verschillende lichaamsdelen. Targetting gaat relatief snel.
Contra’s: Nadat het targetten op zich is aangeleerd vraagt deze methode niet zoveel inzet van de hond zelf, de trainer geeft alle info die de hond nodig heeft om het gedrag te laten zien. Het aandeel van de trainer is ook hier erg groot en dient later weggetraind te worden.

Vangen. Bij ‘vangen’ dient de trainer te wachten tot de hond het gewenste gedrag aanbiedt, hij markeert en beloont het gedrag. Doodsimpel.

Pro’s: Gedrag ‘vangen’ is makkelijk voor beginnende trainers als het gewenste gedrag zich frequent voordoet. Het grote voordeel, het vraagt van de hond een mentale inzet om uit te vissen waarom hij beloond wordt.
Contra’s: Jammer genoeg is ‘vangen’ beperkt tot natuurlijk voorkomend gedrag van de hond. Het is niet zo dat je kunt wachten op een perfecte, voor competitie geschikte, ‘Af’. De trainer moet het geduld hebben om op het gewenste gedrag te wachten tot het zich voordoet en het dan te bevestigen.

Shaping (vormen). Shaping is een trainingstechniek om complex gedrag aan te leren door geleidelijk een gedrag in kleine stappen op te bouwen en elke toegevoegde stap te belonen.
Om een draaibeweging te shapen kun je beginnen met een vluchtige blik naar links te belonen, vervolgens een blik en het gewicht verplaatsen naar links, dan een blik met gewicht verplaatsen en de beweging van één voorpoot enz… tot je een volledige draaibeweging hebt.

Pro’s: Het gebruik van de clicker maakt dat shapen enorm veel mogelijkheden biedt om heel precies gedrag aan te leren. De toepassingsmogelijkheden zijn zeer groot. Eens de trainer en de hond vertrouwd zijn met deze manier van werken gaat shapen erg snel. Het grootste voordeel is dat shapen een grote mentale inzet van de hond vergt, zijn creativiteit aanspreekt en hem aanzet tot het oplossen van problemen.
Contra’s: Shaping vraagt een goed observatievermogen van de trainer en tijdens het ontwikkelen van dit vermogen kan shapen erg frustrerend zijn voor de trainer, je zit er nogal eens naast. Het vergt ook de kennis om gedrag in voldoende kleine onderdelen te verdelen zodat de hond tijdens het leerproces voldoende kans heeft om beloond te worden. Wanneer je als trainer dit niet kunt zal je hond gefrustreerd raken. Shapen kan erg frustrerend zijn voor de hond en trainer die onvoldoende kennis heeft van de methode of er niet strikt aan vasthoud, onvoldoende open staat voor experimenteren en een slechte probleemoplosser is. Zolang je hond en jijzelf onvoldoende ervaring hebben opgedaan in deze manier van werken kan shapen een traag leerproces zijn, maar hoe meer bedreven beide worden hoe sneller het zal lukken.

 

Geen perfecte oplossingen.

 

In deel II en III van deze reeks bekijken we elke methode in detail. Wanneer je de pro’ en contra’s tegen elkaar afweegt in functie van je doelstelling zullen er tegenstellingen opduiken.

Mogelijk heb je een werkhond die over probleemoplossende eigenschappen dient te beschikken maar je bent gelimiteerd door een strikt tijdschema. Misschien ambieer je een sport die zowel creativiteit als ook precisie verlangt maar zowel jij als je hond zijn gewoon aan het werken met lokmiddelen. Heb vertrouwen, hoe verder we ons verdiepen in deze technieken, zul je tips en trucjes leren om je problemen op te lossen.

 

Deel II

 

In het vorige deel hadden we het over hoe een methode om gedrag te verkrijgen de hond beïnvloed in zijn benadering van datzelfde gedrag én het oplossen van problemen. Dus, de manier waarop je gedrag aanleert heeft een invloed op het leren én denken van je hond. Geen enkele methode om gedrag aan te leren is perfect voor elke hond, voor elk gedrag of voor elke trainer, want elke methode heeft pro’s en contra’s . In dit deel gaan we dieper in op drie hondvriendelijke methodes om gedrag te verkrijgen: sociale vaardigheden, modelleren en lokken.

 

Instinct, aanstekelijk gedrag, nabootsen en sociale vaardigheden.

 

In deze, met elkaar aanverwante, methodes voor het verkrijgen van gedrag maak je gebruik van een instinctief verlangen om te doen wat anderen ook doen om te verkrijgen wat je zelf wil. Honden zijn geen na-apers. Je kunt niet, bijvoorbeeld, één hond een perfecte oefening laten uitvoeren en verwachten dat een andere hond dit zal imiteren. Toch hebben ze de eigenschap om “natuurlijk-ongetraind-gedrag” van andere honden na te bootsen.

Vb. Wanneer één hond in een groep begint te blaffen zullen anderen in de groep het ook doen. Als één hond binnen een groep opstaat en naar buiten gaat zullen anderen zijn voorbeeld volgen. Als je één hond bij je roept zullen anderen ook bij je komen. Observaties in dagver- blijven voor honden bevestigen deze theorie. Groepen van honden hebben vaak de neiging om gelijktijdig te lopen, blaffen en zelfs samen te gaan liggen en slapen.

Trainers van werkhonden maken sinds generaties gebruik van deze eigenschap. Het is gebruikelijk om jonge honden te koppelen aan oudere, meer ervaren honden vb. in de vossenjacht. Zodoende hebben de jongere honden geen andere keus dan de leiding van de oudere hond te aanvaarden. In sommige kennels wordt de opleiding van de jonge honden zodoende overgelaten aan de oudere ervaren honden.

Eigenaars van meerdere honden kunnen gebruik maken van deze methode voor eenvoudig, natuurlijk gedrag als ze één hond hebben die reeds ervaren is. Komen op commando, of een “zit” of een “af”, geef het commando en beloon de honden die het opvolgen. Veel honden zullen het commando ook opvolgen omdat de anderen het deden. Degene die het niet opvolgden zullen gemotiveerd zijn om uit te vissen waarom de anderen een beloning kregen en zij niet.

Minder voor de hand liggend; aanstekelijk gedrag kan gebruikt worden om de emotionele toestand van de hond te beïnvloeden. Het houdt niet alleen in te “doen als” maar ook te “voelen als” en het beperkt zich niet tot hond-hond interacties. Nerveuze geleiders hebben nerveuze honden. Ontspannen geleiders hebben ontspannen honden. In huishoudens met onverwachte acute stresspieken vertonen honden vaak onverwacht agressief en stress gerelateerd gedrag. Trainers kunnen hiervan gebruik maken om hun hond zich rustig, geconcentreerd te leren gedragen.

 

Enkele voorbeelden van sociale vaardigheden en andere instinctieve leermethodes uit het echte leven zijn…

 

Een hondengroep in een dagverblijf zitten rustig wanneer het hek geopend wordt…. De nieuwkomers nemen dit gedrag al van de eerste dag over.
Puppies en jonge honden komen op commando in het park omdat hun speelvriendjes dit gedrag ook laten zien en ervoor beloond worden.
Een hond leert dingen als het vooruitduwen van een doos over de grond of stapt achteruit door nabootsen van een andere hond die hiervoor beloond werd.

Het laatste voorbeeld is het meest controversieel. Herhaaldelijke labo experimenten hebben aangetoond dat honden niet kunnen leren door observatie. En toch is de wereld van de hondentrainers vol van anekdotes die dit tegenspreken. Waar het op neer komt is….probeer het, als het werkt heb je een eenvoudige oplossing, ideaal voor het hondenbrein. Werkt het niet….probeer gewoon iets anders.

 

Modelleren

 

Modelleren is een methode om de hond zodanig te manipuleren dat hij het gedrag wel moet vertonen. Het houdt fysiek dwingende handelingen in of het gebruik van ondersteunende middelen. Voorbeelden van modelleren zijn, het staan op de leiband om een hond in de lig-positie te dwingen.

Modelleren heeft een slechte reputatie onder clickertrainers. Hoewel het technieken inhoud zoals onschuldige volgoefeningen langsheen een muur om een hond recht naast de geleider te laten volgen wordt deze methode met ‘forceren’ geassocieerd en gebruiken ze het daarom niet. Nochtans negeren ze hierdoor een techniek die het aanleren voor hondeneigenaars zou kunnen vergemakkelijken.

Sommige hondeneigenaars zijn niet geïnteresseerd in training. Zij hebben er geen behoefte aan, zijn niet nieuwsgierig naar de theorieën. Zij willen gewoon dat hun hondje enkele simpele commando’s opvolgt en probleemloos met hen samenleeft. Voor velen van hen is modelleren duidelijker en gemakkelijker dan andere methodes. Als ze hiermee succes hebben en de toegepaste technieken veroorzaken geen pijn of angst bij hun hond, waarom zouden ze het dan niet gebruiken?

Uiteraard heeft deze methode nadelen, om effectief te zijn mag de gebruikte druk (dwang) geen oppositiereflex teweegbrengen. De gebruikelijke technieken om op de achterhand van de hond te drukken om hem te doen zitten of op de leiband staan om het liggen af te dwingen zijn geen gelukkige keuzes omdat ze bij de hond weerstand oproepen. Probeer daarom de oppositiereflex in je voordeel te gebruiken. Heb je een hond die zijn gewicht naar achter verplaats in een showstand? Trek dan heel lichtjes aan zijn staart en je zult zien dat hij zijn gewicht weer naar voor verplaatst.

Een andere en veelgebruikte manier van modelleren is het gebruik van hulpmiddelen, draad als geleiding bij slalommen, een stukje plakband op de hondenneus om hem aan te sporen om ‘schaam je’ te leren, een kanaaltje voor het recht inkomen naar de zit-voor positie. Het probleem bij deze hulpmiddelen is dat ze later opnieuw moeten weg getraind worden, wat niet altijd eenvoudig is, vooral bij mindere ervaren trainers.

Modelleren is soortgelijk aan aanstekelijk gedrag in die zin dat beide een veranderend effect op de gemoedstoestand kunnen hebben. Emoties en fysieke posities (kalmerende signalen) hebben veel met elkaar te maken. Zoveel zelfs dat wetenschappers er nog steeds niet uit zijn wat nu eerst komt. Ongeacht dit is het mogelijk om de gemoedstoestand van de hond te beïnvloeden door hem gedrag (posities) te laten doen die niet verenigbaar is met zijn momentele gemoedstoestand. Vb. Een hond heeft moeite om agressief gedrag aan te houden als hij met zijn staart kwispelt.

Opzienbarend is dat de verandering in de gemoedstoestand gebeurt ook als de hond het gedrag niet vrijwillig laat zien. Met andere woorden, de gedragingen modelleren die bij een bepaalde gemoedstoestand horen kan deze toestand oproepen. Als je hond gromt aan het einde van de lijn probeer zijn nekharen glad te krijgen en zijn staart te zakken om hem te kalmeren.

 

Lokken

 

Lokken is een ‘zonder-handen’ methode om een hond te geleiden naar een gedrag. Lokmiddel is meestal voedsel, maar kan ook een target-stick zijn of eender wat dat de hond wil volgen. De werkwijze is heel simpel. Gebruikmakend van het voedsel of ander lokmiddel om controle te krijgen over de bewegingen van de hond zijn kop, manoeuvreer je de hond in de positie die je wilt zien.

Lokken is een heel populaire, positieve, trainingsmethode. Het is snel, heeft veel toepassings mogelijkheden en over het algemeen goed bruikbaar voor beginnelingen. Doordat het een ‘zonder-handen’ methode is geniet het de voorkeur op modelleren. De hond laat het gedrag tenslotte zien uit eigen vrije wil.
Maar… Als de hond te zeer gefocust is op het voedsel zal hij minder aandacht hebben voor hetgeen zijn lichaam doet. Als het lokken weggewerkt wordt en de overgang van uitgelokt gedrag naar vertoond gedrag wordt gemaakt kan deze stap een ogenschijnlijk gemakkelijke methode er veel gecompliceerder laten uitzien. Sommige trainers verminderen dit probleem door het lokken te veranderen in een handsignaal als commando voor het gedrag. Anderen zorgen dat de hond er met zijn verstand bijblijft en gebruiken geen voedsel als lokmiddel maar een targetstick. Ondanks deze nadelen zijn zowel ervaren als onervaren trainers in staat om met lokken een grote variëteit aan gedragingen aan te leren.

Als lokken zowel een hond- als trainervriendelijke methode is, waarom menen clickertrainers dan soms dat dit geen ‘zuivere’ clicker training is? Door het gebruik van een lokmiddel wordt de clicker in wezen overbodig. De bekrachtiger (beloning) kan gegeven worden op het moment dat het gewenste gedrag voltooid is, een geconditioneerde bekrachtiger (clicker) heeft geen bijkomende informatie.

Doch het echte probleem met lokken is dat het eigenlijke werk wordt gedaan door de trainer. Hij geeft de hond alle info die hij moet weten, helpt hem bij elke stap. De hond ‘helpen’ wordt een gewoonte, voor zowel de trainer als zijn hond. Voor een hobbytrainer is dit misschien helemaal geen probleem, maar voor anderen kan een hond, die niet geleerd heeft problemen op te lossen, een ernstige beperking zijn.

 

Conclusie

 

Elke van de drie besproken methodes voor het verkrijgen van gedrag zijn goed, allen met hun specifieke pro’s en contra’s. Sociale vaardigheden en andere hieraan gerelateerde methodes zijn goed geschikt voor het werken met een groep honden, maar zijn gelimiteerd door van nature voorkomende gedragingen. Modeleren en lokken zijn makkelijk en goed geschikt voor de minder ervaren trainers. Lokken biedt zeer veel mogelijkheden maar geen van beide methodes vereisen veel mentale medewerking van de hond. Tevens moeten bij beide methodes de door de trainer gebruikte hulp weer afgebouwd worden.

In het derde deel van deze bespreking bekijken we de drie meer hondvriendelijke methodes om gedrag te verkrijgen: targetten, gedrag vangen en shapen (vormen). Wanneer we een duidelijke kijk hierop hebben kunnen we de vraag: “Welke methode moeten we nu kiezen?” met overtuiging beantwoorden.

 

Deel III

 

In de eerste twee delen zagen we welke invloed een trainingsmethode heeft op het denken en leren van de hond, en gingen we wat dieper in op sociale vaardigheden, modelleren en lokken.
In dit laatste deel bekijken we de pro’s en contra’s van drie andere hondvriendelijke trainingsmethoden; targetting, vangen en shapen. We geven ook richtlijnen voor het kiezen van de meest geschikte methode voor het trainingsdoel dat men zich stelt.

 

Targetting

 

Targetting wordt vaak in één geheel gezien met lokken, en dat klopt ook wel, beide methodes hebben veel overeenkomsten. Maar targetting heeft enkele unieke karakteristieken en verdiend het daardoor als afzonderlijke methode bekeken te worden.

Basis targetting –het aanraken van een specifieke plaats met neus of poot- is meestal een van de eerste oefeningen van een beginnende clickertrainer. Men leert de hond om het uiteinde van een targetstick aan te raken en gebruiken de stick in een verder stadium om de hond in ander gedrag te lokken. Anderen leren de hond om hun vinger of handpalm aan te raken.

Voor de meeste trainers is dit simpele aanraken het enige targetting die ze oefenen. Anderen gaan een stap verder, generaliseren het aanraken op commando voor de interactie met verscheidene andere objecten of gebruiken targets die op verschillende locaties geplaatst worden om zodoende de hond naar die locaties te leiden.

Enkele mogelijkheden zijn:
Het verplaatsen van een aanraking naar een deur of een lichtschakelaar voor hulphonden.
Het aanleren om een aangewezen voorwerp op te nemen.
Het contact maken met de specifieke raakvlakken bij agillitytraining.

Er zijn trainers die nog verder gaan in targettraining. Eerst leren ze hun honden om het aanraken ook met andere lichaamsdelen te doen. Ze gebruiken verschillende commando’s voor elke voorpoot, elke achterpoot, schouders, heup, neus, kin en borst. Daarna maken ze gebruik met meerdere targets om zodoende gedragsketens op te bouwen.

Deze methode wordt al jaren met succes gebruikt in dierentuinen en aquaria. Met exotische dieren is het vaak heel moeilijk om gebruik te maken van louter lokken omdat de trainer beperkt is in het benaderen of aanraken van de dieren. Zodoende wordt een olifant geleerd om continu een plek aan te raken met zijn voorhoofd en tegelijk één poot door een opening van zijn kooi te steken om alzo zijn nagels te kunnen verzorgen. Of een gorilla die geleerd wordt om een paal vast te grijpen en te houden door een opening en zodoende zijn arm vrijgeeft voor vb. een bloedafname.

Voordeel is dat targetting snel gaat en tevens vele mogelijkheden biedt, creatieve trainers gebruiken targetting voor het aanleren van zeer vele gedragingen. Maar ook hier zijn er enkele nadelen. In tegenstelling tot lokken is de target minder geschikt om gebruikt te worden als commando voor het uiteindelijke gedrag. Het aandeel van de trainer is hoog en het is niet altijd eenvoudig om dit aandeel gemakkelijk weg te trainen, vooral bij minder ervaren trainers.

Bijkomend is de graad van probleemoplossende vaardigheden van de hond beperkt. Nadat het initiële targetting is aangeleerd zijn nieuwe gedragingen een aaneenschakeling van de afzonderlijke targetoefeningen. De trainer toont de hond exact wat de bedoeling is, gaat door met aanwijzingen tot de hond zelf het gevraagde patroon vormt. Doordat alle informatie voor het gedrag door de trainer aangereikt wordt is er geen nood voor creativiteit of probleemoplossing van de hond uit.

 

Vangen (van gedrag)

 

Vangen (van gedrag) is meestal de eerste “zonder handen” trainingstechniek die door beginnende clickertrainers wordt gebruikt. Het idee is heel simpel: als de hond doet wat je van hem wil zien, click en bekrachtig (beloon) het gedrag.

Vangen is noodzakelijkerwijze beperkt tot natuurlijk voorkomend gedrag. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een hond ingewikkeld gedrag uit zichzelf zal laten zien en dit meerdere keren. De kansen op een zit, af, blaffen …zijn vele malen groter.

Het is ook gelimiteerd tot gedrag dat voldoende frequent voorkomt zodat de hond de link tussen het gedrag en de click kan leggen. Voor ons is het heel duidelijk waarvoor we clicken maar de hond kan op het moment van het gedrag toch gefocust zijn op iets anders en daardoor de link niet leggen. Door vastberaden hetzelfde gedrag veelvuldig te clicken en belonen zal de hond uiteindelijk de gemeenschappelijke factor van elk geclickt gedrag uitvissen.

Zoals bij de Boy Scouts of Amerika, het motto van elke trainer die gedrag wil vangen moet ontegensprekelijk zijn “wees voorbereid”. Gedrag kan snel en onverwacht voorkomen, als we er niet op voorbereid zijn kan een goede kans ons door de vingers glippen. Dit wil niet zeggen dat we onze hond, gewapend met de clicker, vierentwintig uur per dag moeten achtervolgen. Tracht de omstandigheden in kaart te brengen waarop je de meeste kansen hebt dat zich een bepaald gedrag zal voordoen en tref dan de voorbereidingen die nodig zijn om op dat moment het gedrag te vangen.

Hoewel vangen beperkt is tot de frequent voorkomende gedragingen eigen aan je hond vraagt het toch een hoge graad van probleemoplossende vaardigheden van de hond omdat de enige richtlijn die hij heeft de click is die het gedrag aanwijst. De hond moet gaan experimenteren om uit te vissen welk gedrag hem opnieuw de click oplevert. Gelukkig komen de meeste gedragingen die gewenst zijn voor de trainer frequent genoeg voor om voldoende te kunnen vangen en zodoende een duidelijke richtlijn mee te geven. Het is een heel simpele manier om onder de knie te krijgen, ook door onervaren trainers en hondeneigenaars die eigenlijk niet zo enthousiast zijn om hun hond te trainen.

Een ander voordeel van ‘vangen van gedrag’ is dat beginnende trainers leren anticiperen op wat hun hond doet, zij leren beter naar hun hond kijken waardoor ze gewenst gedrag beter zien aankomen. Dit is de eerste stap op de weg naar shapen.

 

Shaping (vormen van gedrag)

 

Shaping wordt al eens voorgesteld als de ‘Holy Grail’ van de clickertrainers. Er zijn er die zover gaan en beweren dat elke methode die geen shaping is geen echte clickertraining is.
De voorgestelde complexiteit beangstigt menige beginner en ook sommige experten, in zo’n mate zelfs dat ze er niet aan beginnen. Anderen, ontmoedigd door hun eerste voorzichtige pogingen, besluiten dat het de moeite niet loont. Nog anderen volgen nauwgezet de richtlijnen maar komen tot het besluit dat hun hond niet kan volgen. Wat is er dan zo goed aan shaping? In één woord, kracht, het is ongelimiteerd krachtig middel.

Voordat we de pro’s en contra’s van het shapen overlopen, eerst een verduidelijking van wat het eigenlijk is. Shaping is een andere benaming voor “opeenvolgende benadering”. Complexe opdrachten worden opgedeeld in haalbare stukken en dan beetje bij beetje aangeleerd. Shaping komt voor in twee types.

In de eerst type, gewoonlijk free-shaping genoemd, creëert de trainer een gedrag vanaf nul. Vb. het shapen van een zit in wedstrijdkwaliteit, de trainer gaat om te beginnen clicker voor elke zit. Dan enkel ingetrokken zit, verder elke zit rechtop, elke zit recht met gelijke voorpoten enz…

Het tweede type shaping bouwt verder op een bestaand gedrag. Hierbij voegt men elementen als afstand, tijdsduur, afleiding toe aan de training van het bestaande gedrag. Vb. Eens men een zitoefening heeft die geschikt is voor competitie zal men de duur van de zit verlengen, halve seconde, hele seconde, twee seconden, vier seconden, zeven seconden, tien seconden enz…

Alhoewel men spreekt van twee types shaping, is het in feite een toepassing van dezelfde methode. Shaping is shaping. Beginnelingen echter gebruiken vaak shaping om een nieuw element aan een bestaand gedrag toe te voegen eerder dan door middel van free-shaping een volledig nieuw gedrag op te bouwen. Gebruik makend van ‘opeenvolgende benadering’ voor het verhogen van tijdsduur en afstand is een goede manier voor trainers om te experimenteren en zich de techniek eigen te maken en hun observatievaardigheden te verfijnen. Maar de echte kracht van shapen zit hem in het free-shapen.

Shaping is veruit de meest flexibele manier van beschikbare trainingsmethoden. Het is enkel gelimiteerd door de mogelijkheden van de hond en de vaardigheden van de trainer. Je kunt een hond niet leren om te vliegen, maar als je als trainer de vaardigheden bezit kun je hem wel een salto leren maken. Voor een ervaren team, hond-trainer, is shaping even snel als targetting en de precisie van uitvoering is ongeëvenaard.

Het sleutelwoord echter is ‘ervaring’. Shaping is niet snel voor beginnende shapers of onervaren honden. Je moet voldoende inzicht hebben om gedrag in zo’n kleine onderdelen te verdelen dat je hond geen fouten kan maken ook als je het criterium verhoogt. Je hebt inzicht nodig om subtiele nuances in gedrag op te merken en op de juiste manier te anticiperen om je click juist te plaatsen. Van de hond wordt een behoorlijke hoeveelheid denkwerk vereist om uit te vissen wat de click inhoudt (vooral als de click niet altijd perfect is getimed). Het vereist creativiteit, openstaan voor experimenteren en fouten durven maken. Als de hond of de trainer de methode niet begrijpt, niet open staat voor experimenteren of weinig probleemoplossende vaardigheden bezit kan free-shaping een behoorlijk frustrerende bezigheid zijn.

Is het ondanks deze belangrijke uitdagingen de moeite waard om het shapen te leren? Ja, voor iedereen die geïnteresseerd is in leren trainen is het de moeite waard. Er zijn clickertrainers die vasthouden aan lokken en zichzelf uitsluiten van mogelijkheden die ze zich niet kunnen voorstellen.

 

Welke keuze maak ik nu?

 

Elke van de zes hondvriendelijke methodes voor het verkrijgen van gedrag zijn goede technieken. Allen hebben voor en nadelen. Geen enkele is geschikt voor ieder trainer, ieder dier of elke situatie. Elke trainer zou zich elke methode eigen moeten maken, ze leren begrijpen én toepassen.

De keuze maken voor de juiste methode in een specifieke situatie hangt van verschillende factoren af die we zagen in deel één van dit artikel.

In ‘t kort:
Hoeveel gedragingen zal deze hond moeten leren?
Hoe snel moet het gedrag kunnen aangeleerd worden?
Hoe precies moet het gedrag vertoond worden?
Hoeveel ervaring heeft de trainer?
Hoezeer is de trainer geïnteresseerd in het trainen van zijn hond?
Hoeveel ervaring heeft de hond in elke methode?
In welke mate kan de hond voor zichzelf denken of zal hij uitsluitend reactie vertonen op goed ingetrainde commando’s?

Soms is de beste oplossing het combineren van verschillende methodes. Gebruik een lokmiddel om de hond gefocust te krijgen op een primair gedrag om van daaruit verder te werken met shaping. Organiseer je omgeving zodanig dat de hond alleen maar kan slagen in het vertonen van gedrag (een onderdeel van modelleren) en dan kun je vangen wat je wilt zien. Wees creatief en verleg je grenzen.

Ongeacht welke methode je verkiest, bedenk dat trainen een middel is om beter te communiceren en de relatie met onze honden intenser te maken. Ga je niet zodanig blindstaren op het gestelde doel dat je vergeet te genieten van de weg ernaartoe.



Met dank aan Melissa Alexander

17 januari 2006 Geplaatst door | Honden | Geef een reactie

Vuur vecht je niet met vuur

 
 
Wandelen met je hond kan één van de leukste manieren zijn om te ontspannen en wat beweging te kregen, maar deze leuke wandelingen kunnen plotseling veranderen in stress als je een loslopende hond tegenkomt. Als je eigen hond agressief reageert op andere honden kan de situatie zelfs gevaarlijk worden.
Zoals de meeste eigenaren van agressieve honden weet Thea McCue uit Austin, Texas heel goed hoe snel een wandeling niet meer leuk kan zijn. Wurley, haar 14-maanden oude Labrador-kruising is een vrolijke, energievolle hond die gek is op zwemmen, wandelen en fietsen. Maar zodra Wurley aan de lijn zit en een andere hond zit kan hij gaan blaffen, grommen of uitvallen. Aangezien Wurley vrij groot en zwaar is, is hij soms moeilijk onder controle te houden. Toen hij een keer een kleine pup besprong schaamde Thea zich en voor de puppy eigenaar was een heel angstig moment.

Jammer genoeg is Wurley’s reactie naar andere honden toe niet echt bijzonder. Gespannen ontmoetingen tussen honden zijn niet ongewoonlijk, aangezien steeds meer honden niet meer met andere honden overweg kunnen. Hond-hond agressie is één van de grootste gedragsproblemen waar eigenaren, fokkers, trainers en asielen mee kampen.

De belangrijkste reden hiervoor is, volgens Dr Ian Dunbar, oprichter van de Amerikaanse vereniging van Honden Trainers (APDT), dat honden als pup niet genoeg gesocialiseerd zijn met andere vriendelijke honden. Het gevolg daarvan is dat veel pups uitgroeien tot honden die slecht met andere honden kunnen communiceren, dat betekent dat ze moeite hebben om de lichaamstaal van andere honden te lezen en dat ze niet de subtiele signalen kennen die voor honden o zo belangrijk zijn.

Regelmatig contact met stabiele honden is nodig om een sociaal zelfverzekerde hond te krijgen. Puppy klassen worden gelukkig steeds populairder en is een uitstekende manier om je pup te kunnen socialiseren met pups van allerlei verschillende rassen, groottes en uiterlijke kenmerken. Als pups deze belangrijke socialisatie missen is de kans groter dat ze ongewenst gedrag laten zien dat voornamelijk op angst is gebaseerd. Omdat honden die agressieve gedragingen laten zien vaak geisoleerd van andere honden blijven wordt het gedrag steeds erger naarmate de hond ouder wordt.

Conditioneren om gedrag te verbeteren

Gelukkig is er een oplossing voor dit dilemma. Als je een hond hebt die niet graag met andere honden speelt is het goede nieuws dat er nieuwe trainingstechnieken ontwikkelt worden die kunnen helpen je hond te ‘resocialiseren’. Zoals Thea McCue, die haar hond meenam naar speciale ‘grom klas’. Deze nieuwe technieken verbeteren de manieren van je hond zodat je weer ontspannen kan gaan wandelen.

Ook al zijn de technieken misschien nieuw, Jean Donaldson, schrijfster van Hondencultuur en hoofd trainingen van San Francisco’s dierenbescherming, zegt dat de technieken gebaseerd zijn op gedragskunde theorieen en de ‘wetten van het leren’. Elke hondenschool kan het op zijn eigen manier doen, maar de ‘grom klassen’ zijn er op gericht om honden te leren dat het zien van andere honden leuke gevolgen heeft en dat goed gedrag rond andere honden beloond wordt.

De eerste paar lessen zullen gewoonlijk gebruikt worden om de hond simpelweg klassiek te conditioneren, dat betekent dat de hond leert dat de aanwezigheid van een andere hond een beloning betekent, net zoals de honden van Pavlov leerden dat het geluid van een bel betekende dat het etenstijd was. Operant conditioneren wordt gebruikt om de hond te leren met zijn eigen gedrag een beloning te verdienen, dit kan wat lekkers zijn, een spelletje of een knuffel. Beide manieren van conditioneren zijn erop gericht om de onderliggende emotionele staat, die leidt tot agressief gedrag, te veranderen, in plaats van alleen maar de symptomen te onderdrukken.

De oude manier

Nog niet zolang geleden warden agressieve honden gecorrigeerd voor hun gedrag. Dit werd meestal gedaan met een korte, ferme ruk aan de lijn, waardoor er druk onstaat op de nek van de hond. Ook al kan deze methode een agressieve uitbarsting onderbreken, het zorgt vrijwel nooit voor een langdurende verbetering in het gedrag aangezien het niets veranderd aan de emotionele staat van een hond. Integendeel zelfs, de hond leert dat de nabijheid van andere honden ervoor zorgt dat hij ook nog eens gestraft wordt, niet echt een reden om andere honden leuk te gaan vinden dus.

Verder kan straffen nog meer negatieve gevolgen hebben. Bij een hond die gestraft wordt, net zoals bij mensen die verbaal of lichamelijk ‘op hun donder hebben gekregen’, stijgt het psychologische stressniveau dat ervoor zorgt dat de hond weer moeilijk kalm wordt. Ook kan straffen er voor zorgen dat de hond zijn stresssignalen verbergt (grommen, blaffen, uitvallen, borstelen) en dat kan tot gevolg hebben dat je een hond krijgt die niet meer waarschuwt maar ineens aanvalt.

Dit zijn enkele redenen die gedragsdeskundigen zoals Dunbar en Donaldson geven om je hond niet meer te straffen of terecht te wijzen als je agressief gedrag wil veranderen.

De onderdelen van een effectief trainingsprogramma

In de meest effectieve trainingsprogramma’s worden correctiemethodes (aversieven) zoveel mogelijk voorkomen. Controle over het gedrag van de hond wordt gekregen door de hond op een ˜niets in het leven is gratis" programma te zetten. De basis hiervan is dat de hond niks meer gratis krijgt. Hij moet het recht op eten, vrijheid en andere privileges verdienen door commando’s op te volgen. Dit geldt ook voor spelen, wandelen, aaien en zelfs aandacht. Zo leert de hond dat zijn baasje de bron is van alle goede dingen in het leven. De eerste stap om het gedrag van je hond te veranderen hoeft niet meer te zijn dan simpelweg belonen voor al het gedrag dat niet agressief is. Daarna kan je zijn gedrag veranderen door te ‘shapen’, dit betekent dat je elke kleine verbetering in het gedrag versterkt. Desentiseren is hierin een heel belangrijk onderdeel en houdt in dat je voorlopig alle honden op een afstand houdt waarbij je eigen hond zich nog comfortabel voelt. Dit kan 10 meter zijn, 20 meter en bij sommige zeer agressieve honden kan het zelfs alleen het ruiken van een hond al teveel zijn. Waar je begint met oefenen hangt dus vooral van je hond af. Daarna kan je langzaam de afstand verkleinen. Ook is het belangrijk om de hond een gedrag aan te leren dat niet te verenigen is met uitvallen, bijvoorbeeld oogcontact maken met de baas of zitten. Als de hond op de baas let kan hij niet op een andere hond fixeren en een hond die zit kan ook niet uitvallen. Als dit gedrag eenmaal goed op commando uitgevoerd wordt en je geeft het commando elke keer als er een andere hond in de buurt is dan leert de hond zelfs dat een andere hond betekent dat je oogcontact moet maken met de baas en dat je dan wat lekkers krijgt.

Een andere zeer belangrijke techniek, die ontwikkelt is door gedragsdeskundige William Campbell, staat bekent als de ‘Vrolijke Baas’. Het baasje wordt dan geleerd om zijn eigen stemming te gebruiken om de stemming van de hond te beinvloeden. In plaats van bijvoorbeeld kwaad te worden en te roepen ga je lachen en giegelen. Deze techniek werkt ook uitstekend bij angstige honden. Maak een lijst met woorden, uitdrukkingen en dingen waar je hond vrolijk van wordt en gebruik deze dan om de stemming van je hond te veranderen. "Voor 2x zoveel resultaat kan je het vrolijk doen opvolgen met een lekkere beloning", zegt Donaldson. "De bonus van deze techniek is ook dat het voorkomt dat de eigenaar zegt: "lief zijn", voor veel honden is dat namelijk al het teken dat er iets niet zo leuks te gebeuren staat

Positieve methods toepassen

De "Bar is Open" oefening borduurt verder op de "Vrolijke Baas" en maakt ook gebruik van klassieke conditionering, hoe het werkt:
Voor een bepaalde periode (weken of maanden, naar gelang wat nodig is) geef je elke keer als je een andere hond ziet je eigen hond iets heel lekkers en begin je vrolijk tegen hem te praten. Je blijft lekkers geven net zo lang als de ander hond in beeld is, onafhankelijk van hoe je eigen hond zich gedraagd. Zodra de andere hond weg is stop je en is de Bar Gesloten.

Sceptici zullen zich afvragen of je het uitvalgedrag niet juist beloont door wat lekkers te geven, maar gedragsdeskundigen verklaren dat klassieke conditionering een sterke positieve associatie met andere honden creeert en dat deze associatie zo sterk is dat zwaarder weegt dan het mogelijk versterken van het ongewenste gedrag.

Een ander voordeel van de "Bar is Open" techniek is dat het makkelijk te gebruiken is. Het enige wat je hoeft te doen is een situatie creeeren waarbij je lang een andere hond moet, zo kan je ook aan afstand en herhaling werken om je hond te desentiseren. Het uiteindelijke doel is dat je met je hond rustig langs een vreemde hond kan lopen.

Het makkelijkste is om een vriend, met een stabiele hond, te vragen om je te helpen. Begin eerst met een afstand van ongeveer 10 meter, ideaal is het als je ongeveer 10 meter vanaf een bocht gaat staan, op die manier kan de passerende namelijk ook weer ‘verdwijnen’.

Je vriend en de hond moeten uit het zicht wachten totdat je klaar staat met je snoepjes in je hand. Op dat moment komt je vriend met hond er rustig aan wandelen, zodra ze in zicht zijn begin je vrolijk tegen je hond te praten en geef je hem continu snoepjes, zodra vriend en hond weer uit beeld zijn stop je met de aandacht en de snoepjes.

Wees niet meteen teleurgesteld als je hond de eerste paar keer zo uitvalt is dat hij de snoepjes niet aanpakt en je volledig negeert. Geduld wordt beloond. Dunbar zegt: misschien heb je 10, 15 of 20 keer nodig, maar hoe vaak achter elkaar kan je helemaal door het lint gaan? Vroeg of laat zal hij kalmeren en dan zal hij ook de link leggen tussen het komen en het verdwijnen van snoepjes en het komen en gaan van de ‘snoepjeshond’.

Soortgelijke situaties kan je ook oefenen in een rustig park of afgelegen plekken. De afstand kan je dan zo verkleinen dat je met je hond een meter of drie naast een pad staat en je vriend met hond over het pad loopt. Beide honden zouden een beetje hongerig moeten zijn (ga niet oefenen als de honden net gevoerd zijn) en beide baasjes moeten hele lekkere snoepjes bij zich hebben om de aandacht van de hond te houden en ze te belonen voor goed gedrag.

Je vriend moet net zo lang doorlopen tot je hond kan blijven zitten zonder uit te vallen. Hoe vaker je oefent, hoe korter je de afstand kan maken, doe dit wel met hele kleine stappen zodat je hond kalm reageert met een soort van wat Donaldson noemt: ow, ben jij het weer- reactie als de, nu bekende, hond weer voorbij loopt. Dezelfde oefeningen ga je dan doen met nieuwe honden die je introduceert.

‘Grom Klassen’

Hoe meer honden je eigen hond ontmoet, hoe groter de kans is dat zijn gedrag verbeterd. Als de hond een bijtrem heeft (als hij een andere hond bijt, bijt hij niet zo hard dat de huid beschadigd is), is het volgens Donaldson een ideale oplossing om je hond te laten spelen met een speciaal geselecteerde groep honden die vriendelijk, zelfverzekerd en ervaren genoeg zijn om met je hond om te gaan. Helaas is het niet makkelijk om zo’n groep honden te vinden.

Het op-een-na-beste wat je dan kan doen is naar een goede hondenschool gaan die Grom Klassen geeft (noot: dit soort klassen zijn er naar mijn weten in Nederland nog niet). Het idee hiervoor is ontwikkelt door Ian Dunbar, het verschil tussen deze klas en een gewone gehoorzaamheidsklas is dat iedereen in de groep hetzelfde probleem heeft en daarom bereid is om samen te werken om de problemen van de honden te overwinnen.

Eén van de meest uitgebreide programma’s is die van de Marin Humane Society in Novato, Californie. De trainingsdirecteur Trish King zegt dat er in hun ‘Moeilijke Hond’ klas nooit meer dan 8 deelnemers zijn en dat vooruitgang met hele kleine stappen wordt geboekt.

"De eerste klas is erg gecontroleerd",legt ze uit. "We hebben een klein omheind stuk grond voor elke hond en de eerste paar weken gooien we handdoeken over het hek zodat de honden geen oogcontact kunnen maken. Daarna worden de dekens verwijderd en rond de vierde week mogen een aantal honden (gemuilkorfd) langs elkaar heen lopen. Het doel is om de honden onder controle te houden als een andere hond naar ze toe komt!"

King zegt dat het juiste materiaal deel is van het succes. De honden wordt eerst aangeleerd om te wennen aan een Gentle Leader voor de aangelijnde oefeningen en een muilkorf voor de onaangelijnde oefenen. Omdat een muilkorf het moeilijk maakt voor een hond om te hijgen wordt er erg goed op gelet dat de honden niet oververhit raken. Wurgkettingen en prikbanden mogen niet gebruikt worden.

"We hebben gemerkt dat de meeste mensen al een aantal correctiemiddelen geprobeerd hebben, en die werkten niet", zegt King, "waarschijnlijk omdat de timing van de eigenaren niet goed is en omdat correcties ervoor kunnen zorgen dat de hond andere honden als een nog grotere dreiging gaan zien, ze zien een andere hond, ze voelen de pijn van de correctie en soms wordt hun baasje ook nog eens heel boos…"

Het allereerste wat de eigenaren wordt geleerd is de lijn kort, maar los te houden. In plaats van straffen leren de honden een aantal manieren om conflicten te vermijden. "We leren de honden om hun baasje te volgen, niet aan de lijn te trekken, op het baasje letten, zit, af, blijf, enz", zegt King. We leren ook de baasjes hoe ze hun hond moeten masseren en hoe ze kalm kunnen blijven en controle te houden in alle situaties. Het belangrijkste doel van de lessen is ervoor te zorgen dat de baasjes leren hoe ze hun honden kunnen ‘managen’ en onder controle houden.

Het gedrag van de eigenaar veranderen

Aan de andere kant van het continent in Toronto, Canada, gelooft Cheryl Smith, die een aantal ideeen bedacht heeft die door MHS gebruikt worden, ook dat het werken met de eigenaar en het hond als een team één van de belangrijkste elementen is in haar klassen. Eén van de eerste dingen die Smith de eigenaren leert is hoe ze diep adem moeten halen en hoe ze zich moeten ontspannen. Eigenaren die kalm blijven zijn beter in het observeren van de lichaamstaal van de hond en zien zo sneller waar de agressieve reactie vandaan komt.
Zonder begeleiding doen eigenaren snel het tegenovergestelde en maken ze zo de problemen nog erger.

Bijvoorbeeld, als je al verwacht dat je hond uit gaat vallen en daardoor de lijn strak trekt, bevestig je idee dat je hond heeft dat andere honden oppassen geblazen betekent. Als je opgewonden raakt als je hond uitvalt en blaft moedigen die emoties de agressie van je hond ook aan. Straf en corrigeer je de hond te laat dan raakt je hond alleen maar in de war en wordt hij nog gestresster, omdat straf die een paar seconden na het gedrag komt te laat is denkt de hond dat hij gestraft wordt omdat hij weer kalmeerde.

In tegenstelling tot de voorbeelden hierboven is de juiste manier voorkomen en tijdig ingrijpen. De eigenaar moet voorkomen dat de hond zijn gedrag kan herhalen, elke keer dat hij dat namelijk succesvol doet zorgt ervoor dat het gedrag nog sterker wordt. Ingrijpen kan door het oogcontact te verbreken, met een ‘body block’ ervoor zorgen dat de honden geen fysiek contact kunnen maken of dat je hond niet naar voren kan springen, door je hond een commando te geven zoals ‘rustig’ of ‘terug’ en door je hond snoepjes te voeren om de situatie te ontstressen. Smith zegt dat correcties gelimiteerd dienen te blijven tot verbale correcties, time-outs of niet belonen. Verder raadt ze aan deze correcties pas te gebruiken als de hond zich gedraagt in ieder geval 80% van alle ontmoetingen met andere honden.

Geduld en realistisch blijven

Er zullen altijd honden zijn die niet voldoende reageren op welk trainingsprogramma dan ook. Deze honden zouden misschien doorverwezen moeten worden naar een gediplomeerde gedragsdeskundige die, in overleg met de dierenarts, bijvoorbeeld Prozac kan voorschrijven. Als je een agressieve hond hebt, heb je ook de verantwoordelijkheid om zijn veiligheid en die van anderen te waarborgen. Waar nodig is zou dat kunnen betekenen dat de hond soms een muilkorf om moet.

Maar hoe groot het agressieprobleem van je hond misschien ook is, Jean Donaldson adviseert om altijd realistisch te blijven:
"In elke discussie over agressie moeten we in gedachten houden dat onze verwachtingen voor honden veel en veel hoger zijn dan voor elk ander dier, inclusief onszelf. We willen niet dat onze hond normaal, en zelfs ritueel, agressief gedrag laat zien tegenover mensen en andere honden en dat z’n hele leven lang. Het is net alsof ik tegen jou zou zeggen: Hey, jij moet nodig in therapie zodat je de rest van je leven nooit je geduld verliest, nooit iets kwetsends zegt waar je later spijt van hebt, nooit zult vloeken of schelden en nooit zult schreeuwen en al helemaal niet tegen je hond! Volgens mij is dat onmogelijk…"

Met andere woorden, zorg ervoor dat je verwachtingen realistisch zijn. Als je je dan aan het programma houdt zijn de kansen dat je blij zult zijn met de resultaten. Net zoals Thea McCue. Nadat ze de Grom klassen afgerond heeft bij Raising Canine in Austin, van trainer Susan Smit, kunnen zij en Wurley weer de hele dag samen op pad. Als McCue Wurley’s vooruitgang zou moeten omschrijven, zegt ze, "hij is veel sneller ontspannen bij andere honden en als we aan het joggen zijn reageert hij bijna niet meer op andere honden." Ook al is er nog ruimte voor verbetering, de dagen dat Wurley kleine puppies bespringt zijn voorbij!

 

Door Beverly Herbert

17 januari 2006 Geplaatst door | Honden | Geef een reactie

Een greep uit mijn zelf geschreven gedichten III


Een jaar lang heb ik geprobeerd
En nog altijd is niets gestabiliseerd
Ik heb geprobeerd mezelf te geven

Helaas gaat niet alles zoals je zou willen in ‘t leven
Steeds weer in gevecht met mijn lichaam en mijn gevoel
Iedereen zegt te weten wat ik bedoel
Maar eigenlijk weet niemand het wat ik voel
Ik zou zo graag beter willen worden
Dat is het probleem niet 
En juist dat geeft me nog meer verdriet
Vandaag is het grijs
En morgen misschien weer zwart
Ik wou dat ik die verschillen onder controle had
Mijn denken, willen en voelen lopen teveel door elkaar
Voor mijn omgeving is dit erg raar
Onbegrijpbaar

Iedereen, zelfs ik, zei da
t het beter met me gaat
Maar dat is dus de buitenkant die straalt
Vanbinnen voel ik alleen maar verwarring en heel veel pijn
Zal mijn leven ooit weer op 1 lijn kunnen zijn
Ik moet nog een lange weg doorstaan. 
Voor ik weer op het gelijksvloers kan staan 
Hopelijk zal de tijd het leren
Dat ik nu beter het verloop kan accepteren
 
 
Gevangen verleden
 
Voor dat ik je kende
Miste ik in mijn leven
Een stukje van mezelf
Dat jij me hebt gegeven
 
Nu wil ik wil vergeten
Wat me vroeger deed zweven
Het is pijnlijk te blijven staan
Maar het verleden laat me niet gaan
 
 
Ik zoek naar een uitweg
Die er niet meer is
Dus schreeuw ik in stilte
En verdrink in het duister
 
 
 
 
Ik hoor iedereen maar lachen en zingen
"Het leven is zo mooi
Het leven is zo fijn"
Maar waarom kan ik niet eenvoudigweg
Gelukkig zijn?
 
 
Nieuwe dag
 
Al had je gisteren een groot verdriet
En zag je het bos door de bomen niet
Vandaag is er een nieuwe dag
Zodat je alles weer wat helderder ziet
 
Dus laat dat mooie hoofdje niet hangen
‘t Leven is te mooi om er niet naar te verlangen
Vandaag is er een nieuwe dag
Zodat ook het geluk je kan vangen
 
Voel je je alleen
Onbegrepen door menigeen
Vandaag is er een nieuwe dag
Zodat je weer kan stralen met je lach
 
 
 

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape

3 november 2005 Geplaatst door | Gedichten | 14 reacties

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.